Semester 2

31-1-2022

Na mijn beoordelingen, kreeg ik de feedback dat mijn werk een indruk maakt van kinderboekenillustraties. Hier had ik zelf ook al een paar keer over nagedacht, en het leek me altijd wel een leuk project. Voor mijn profielwerkstuk voor de middelbare school had ik een boekje geïllustreerd wat educatief was, en daar heb ik ontzettend veel plezier aan beleefd. Hoewel ik niet helemaal zeker weet of ik echt een fysiek boek wil maken, ga ik wel vast nadenken over de illustraties en een eventueel verhaal.

Om voor te borduren op het gevoel en thema van mijn vorige atelier opdracht, denk ik dat ik weer iets wil doen met ziekte of eventueel de confrontatie met de dood.
Hoewel dit een heftig thema is, en misschien niet heel kindvriendelijk, is het wel een deel van het leven. Ik denk dat er wel manieren zijn om dit bespreekbaar en minder erg te maken.

Een idee voor een verhaal (zie schetsen)
Als kind voelde ik me altijd aangetrokken tot verhalen waarin de hoofdpersonages in een ander wereld belanden, waar de regels heel anders zijn dan in zijn eigen wereld.
Dit is een vaak voorkomend thema in fantasy verhalen. Bijvoorbeeld Harry Potter, Narnia, Spirited Away, etc.
Daar wil ik graag iets mee doen. Aan de ene kant wil ik het luchtig en hoopvol houden, maar mijn fascinatie met de dood en de geestenwereld maakt dat ik hier een soort link wil leggen. Daarom dacht ik aan een verhaal waarin een ziek meisje (geïnspireerd op mijn eigen ervaringen) kennis maakt met een geest van een jongen die al is overleden. Hij komt naar haar toe via een doorzichtige glasplaat die boven haar bed hangt. Daarna geeft hij haar een rondleiding door ‘The Afterlife’. Mijn beeld hiervan is heel kleurrijk, fantasierijk en surrealistisch. Misschien wil ik een paar fantasiewezens ontwerpen die hier leven.

Tegelijkertijd wil ik de grimmige situatie van het meisje in haar ‘echte’ leefomgeving weergeven, maar ook de belofte van een soort paradijs waar ze in terecht komt. Misschien wil ik voor inspiratie onderzoek doen naar verschillende ‘afterlives’ in verschillende religies, of hoe andere mensen (bijvoorbeeld kunstenaars) dit voor zich zagen. Aan de andere kant ben ik dan bang dat ik teveel iemand na ga bootsen, en eigenlijk wil ik mezelf ook aansporen om wat meer mijn eigen fantasie te gebruiken voor het scheppen van nieuwe werelden.

Of mijn doelgroep voor dit verhaal echt kinderen zal zijn, weet ik niet. Ik wil het aan de ene kant de sfeer en de stijl van een kinderboek geven, maar met een thema dat ook volwassenen zou kunnen aanspreken. Ik wil me eigenlijk qua thematiek niet inhouden om het ‘kindvriendelijk’ te houden, omdat ik eerst wil onderzoeken hoe ik zelf in dit nogal grimmige thema sta, en hoe ik me wil uitdrukken.

Qua materiaal denk ik dat ik wil werken met photoshop, en eventueel een combinatie van aquarelschilderingen met digitaal. Bijvoorbeeld een illustratie met aquarelverf inscannen en dan digitaal overschilderen.

Eerste schetsen:

Eerste digitale uitwerking:

Zonder ruiseffecten
Met korrelig ruiseffect

14-2-2022

Eerste poging om bovenstaande scène te animeren. Hier zitten nog een paar foutjes in die ik wil veranderen, bijvoorbeeld de overgang van licht naar donker. De deuropening wordt opeens een stuk kleiner, omdat ik de ‘donkere’ versie eerder had gemaakt dan de ‘lichte’ versie, en een beetje over de lijntjes ben gegaan met inkleuren. Dit viel me pas op toen ik het ging animeren. Ook wil ik sommige stukjes wat langer stil laten staan, zodat het niet zo gehaast voelt.

Om te oefenen met landschappen tekenen en ontwerpen, heb ik een collectie aangelegd van landschappen die ik associeer met ‘het paradijs’. Dit zijn een paar landschapsfoto’s uit een paar verschillende landen: Zwitserland, Scandinavië, IJsland, Indonesië, Thailand, de Verenigde Staten. Een terugkomend thema is de combinatie van bomen/bos, water, en bergen op de achtergrond. Dat is voor mijn gevoel de succesformule van een ‘mooi’ landschap. Ook watervallen en noorderlicht vielen bij mij in de smaak.

Vervolgens wil ik vlugge schetsen maken van een paar van mijn favoriete landschappen om een beter gevoel te krijgen van hoe een landschap in elkaar zit.
Vervolgens wil ik hier mijn eigen versie van proberen te maken, waarin ik een paar van de elementen combineer. Bijvoorbeeld een tropisch landschap met noorderlicht.

Landschapstudies

Een inspiratiebron die ik per ongeluk tegenkwam:

https://books.google.nl/books?hl=nl&lr=&id=BcuOoz_1l5wC&oi=fnd&pg=PA6&dq=ancient+egyptian+jewelry&ots=L7PjCymEs6&sig=0WOhf9xjEMu4Z4gEVWjTvXlV3P0&redir_esc=y#v=onepage&q&f=false

28-2-2022

Geïnspireerd door mijn reis in Zwitserland heb ik een schets gemaakt van hoe de overgang naar de ‘hemel’ eruit zou kunnen zien.

Daarna heb ik de eerdere animatie verder uitgebreid en nieuwe elementen toegevoegd.

7-3-2022

Het laatste stuk van het filmpje is een beetje uitgebreider.

21-3-2022

4-4-2022

9-5-2022

Kleine aanpassing van de scène in de wolken.
In plaats van een soort tipi achtig gebouw, heb ik gekozen voor een soort glijbaan met trapleuningen waar de hoofdpersonages vanaf glijden naar beneden, waar ze weer in een andere scène terechtkomen.

De laatste afbeelding is hier nog onder constructie.

16-5-2022

Vandaag heb ik de keuze gemaakt om verschillende natuurgebieden die zijn ‘overleden’ te verwerken in mijn landschap van mijn hiernamaals. Dit omdat ik in eerste instantie een hiernamaals voor alle levende wezens wilde uitbeelden, waaronder ook dieren, planten, stenen, bergen, etc.
Ik heb gekozen om onder andere mangrovebossen en ijs/sneeuwgebieden uit te beelden. Hierdoor verandert het thema enigszins ook met een verwijzing naar klimaatverandering en hoe de natuur ook ‘doodgaan’ ervaart.

https://www.nu.nl/klimaat/6056720/mangrovebossen-dreigen-te-verdrinken-door-zeespiegelstijging.html

(Onderstaande schetsen moeten hier nog uitgewerkt en geanimeerd worden)

14-6-2022

EINDVERSIE

Semester 1

30-8-2021

Het eerste concept van de drie opdrachten

Verdiepingsopdracht

Concept

Concept-wise wil ik graag iets doen met het taboe rondom kanker.
Terwijl ik dit als kind heb gehad, praat ik er eigenlijk met niemand over. Zodra het benoemd wordt is ineens de sfeer anders. Ik kan niet even tussen neus en lippen door vertellen erover.

Terwijl bijna iedereen wel, direct of indirect, te maken krijgt met kanker. En als dat zo is, is het voor de persoon zelf niet gunstig dat er een taboe op ligt. Nabestaanden van overledenen kunnen er eigenlijk niet over praten. Het is allemaal zo erg, maar vertel het vooral niet. Rouw vooral niet.
Of verwerk je trauma vooral maar in stilte.

Ook de lange termijn effecten van kanker worden heel erg verzwegen. Ik heb het geluk dat ik al mijn organen en ledematen nog heb, en kan doen alsof het niet is gebeurd. Maar dat betekent niet dat mijn lichaam er niet onder heeft geleden en dat het geen effect heeft (gehad) op mijn dagelijks leven. En sommige mensen hebben wél duidelijk zichtbare na-effecten, en moeten altijd ‘de sfeer verpesten’ door simpelweg uit te leggen waarom ze eruitzien zoals ze eruitzien.

Of waarom ze iets heel normaals niet kunnen. Of waarom ze niet full-time kunnen werken, studeren, of mee-feesten zoals iedereen.

Zodra je erover vertelt, word je een sensatie. Je bent gewoon een persoon… en dan opeens ben je die persoon die kanker heeft gehad.
Ik vertelde ooit in een groep vertrouwelijk aan één persoon dat ik twee keer bijna dood ben geweest, en iemand ving dat op en draaide haar hoofd om. Met glunderende ogen onderbrak ze haar gesprek.
“Ben jij twee keer bijna dood geweest? Vertel!”
Ik heb haar daarvóór en daarna nooit gesproken.
Ook werd ik vroeger in groepen vaak aangesproken puur en alleen omdat ik een litteken in mijn nek heb. Mensen willen niet weten hoe ik heet, of wat ik doe, of wat mijn favoriete kleur is. Maar wel hoe ik aan dat litteken kom.

Als je als kind kanker hebt gehad en er goed vanaf bent gekomen, verwachten mensen het niet.
En als je dan niet fit bent, dan komt het omdat je lui bent. Want jonge mensen krijgen geen kanker.
Dat is iets voor oude mensen.

Natuurlijk is het niet logisch om je bij ieder persoon die je tegen komt af te vragen ‘hmm, zou deze persoon kanker hebben gehad?’. Maar het aantal keren dat mensen en zelfs sportcoaches mij een slecht gevoel hebben gegeven over mijn fitheid, zonder te weten van mijn situatie, is groot.

Ik heb veel conceptueel werk gemaakt over mijn eigen leven, en dingen waar ik mee zit.
Maar dit heb ik nooit gebruikt in mijn inspiratie. En het is voor mij tijd om niet meer te ontkennen dat dit een deel van mijn leven is, en dat ik er iets mee wil doen.

Praktische ideeën

Mijn eerste idee (vóór de 3 vragen opdracht) was om een serie schilderijen te maken die mijn eigen ervaring met kinderkanker uitbeelden en die proberen te verkopen voor een goed doel, zoals KIKA.

Daarmee kan ik niet alleen aandacht vragen voor het sociale aspect ervan, maar draag ik ook nog wat bij aan het verbeteren van de ervaringen van anderen.

Als alternatief dacht ik eraan om mijn eigen ‘coma dreams’ uit te beelden. Dit heeft wat minder direct te maken met mijn concept, maar het sluit wel aan op mijn neiging naar droomwerelden en surrealisme. Tijdens mijn verblijf in het ziekenhuis heb ik een paar maanden in coma gelegen en heel veel gedroomd. Deze dingen hadden indirect te maken met wat er in de echte wereld gebeurde, maar waren heel erg vervormd en bizar. Terwijl ik me niks kan herinneren van die periode zelf, staan de dromen nog heel sterk op mijn netvlies.
Dit lijkt me ook een interessant thema om aan te pakken omdat er niet vaak over gesproken wordt dat je een belevingswereld kan hebben terwijl je in coma ligt. Ik ben niet de enige die dit heeft meegemaakt; ik sprak ooit een vrouw die precies hetzelfde verhaal vertelde. Ze lag in coma en droomde ontzettend veel.

In principe neig ik op dit moment heel erg naar een serie schilderijen, maar het lijkt me heel interessant om dit misschien te combineren met film, licht, soundscape of misschien zelfs een performance.

Uitwerking

Na dit te hebben besproken in mijn groepje, heb ik besloten om me eerst te richten op mijn eerste idee: een serie schilderijen. Hiervoor ben ik schetsen gaan maken van mijn drie meest ‘heldere’ dromen.

Droom 1.
In deze droom zat ik in een grote, ronde glazen watertank, met allemaal andere mensen erin. De bol zat vast aan het ziekenhuis, en je kon er via het ziekenhuis in en uit. Ik moest van de dokters ‘in het water blijven’, omdat dat me zou genezen. Ik vroeg aan de dokters of ik er niet uit mocht, omdat ik niet zo goed kon ademen onder water. Maar dat mocht niet.

Toen ik in gesprek raakte met de andere mensen in de bol, gaven ze mij het advies om door één van de zijtunnels te gaan. In de zijtunnels groeide allemaal kleurrijk koraal en zeewier. De stroming was er ook sterker, waardoor je er doorheen gezogen werd. Een soort onderwater achtbaan.

Droom 2.
Ik bevond me in een soort gelaagde tuin, met verschillende verdiepingen, zoals een soort mini rijstveld. Er groeiden allemaal bloemen en hoog gras op. In het midden van de tuin lagen stenen en was een vijvertje. Ook vlogen er vlinders rond.
Aan de zijkant van de tuin stond een klein rond tuinhuisje. Het tuinhuisje was metallic wit.
De grond bestond uit een soort bloemvorm, waarbij elk bloemblaadje bol was en een soort structuur vormde.
Het dak kon in spiraalvorm open en dicht draaien. Het gaf echt een sci-fi gevoel.
Ik lag in het midden, op de bloemvormige vloer. Om mij heen verzamelden zich mensen. De mensen wilden een operatie op mij uitvoeren. Ze verwijderden stuk voor stuk delen van mijn gezicht en vervingen het met robot-onderdelen. Ik kan me herinneren dat ik een beeld zag waarin mijn ogen en neus eruit lagen, en mijn gezicht half uit metallic witte onderdelen bestond.

Droom 3.

Ik was een jongere versie van mezelf, zo’n 9 jaar oud. Ik droeg mijn favoriete witte jurk, en liep op blote voeten rond. Het was een afgelegen gebied, met een grote snelweg in het midden, en aan beide kanten grasvelden met blokvormige huizen en flatgebouwen. Een beetje zoals de Bijlmer. Alles was er, alleen er liepen geen mensen, er reden geen auto’s, er was niemand. Het leek bijna een soort computersimulatie van de echte wereld, waar nog geen mensen ingezet waren. Ik kwam uit een garage, waar ik net met een ambulance heen gebracht was. Ik was op zoek naar het ziekenhuis, want daar moest ik zijn, daar waren mijn ouders. Maar ik kon het niet vinden. Ik ging de garage uit en liep over de snelweg naar rechts. Onderweg kwam ik langs een huisje met een tuintje, langs de snelweg. Daar stond een oude man met zijn hondje, een klein bruin teckeltje. Ik vroeg aan hem waar ik heen moest, en hij wees me de weg naar het ziekenhuis. Ik bleef even hangen, en kwam erachter dat dat deze man met zijn hondje in zijn eigen tuin begraven lag. En dat hij daar al een tijdje lag, en dus heel veel wist over de omgeving. Ondertussen liepen ze gewoon rond. Het leek alsof ik in een soort twilight zone terecht was gekomen, waar dode mensen leven in een soort kopie van de echte wereld.

Eerste uitwerkingen in schilderijen

.

Analyse van techniek:
Verzameling kunstenaars/kunstwerken

The brides of Dracula – Marlene Dumas

Eigenlijk letterlijk alles van Maria Lassnig

Dali

Max Ernst

Verder werken

Droom 4.

Ik was via de garage in een ander ziekenhuis terecht gekomen. Alle kamers lagen direct aan een lange gang, de kamers waren open (zonder deuren). Er was een zuster die langs alle bedden ging, maar zij mishandelde al haar patiënten. Ze schold ze uit en deed dingen met ze die niet nodig waren voor hun behandeling. Ik lag niet vast aan een infuus of wat dan ook. Ik lag daar niet echt, maar ook weer wel. Ik kon ook gewoon rondlopen.
Op een gegeven moment probeerde ik te ontsnappen. Plotseling liep het hele ziekenhuis onder water, waardoor het lastig was om je te verplaatsen. Iedereen dreef rond op matrassen en witte houten blokken. Er was een soort stroming waardoor we allemaal naar buiten dreven, en niet echt bij elkaar konden komen. De kwaadaardige zuster was gelukkig van mij gescheiden door een paar andere matrassen en blokken.

Door eerdere ervaringen met de andere schilderijen heb ik hierbij besloten om eerst de schets zeker te hebben voordat ik begin met schilderen.
Ik merkte dat het best lastig was om op zo’n groot doek nog compositiefoutjes te verbeteren, als ze eenmaal geschilderd waren. Vandaar dat ik hier van de drijvende matrassen twee schetsen heb gemaakt.

Hieronder een schets van de scène in het witte huisje, waar mijn gezicht omgebouwd werd.

Nog een iets beter uitgewerkte schets van het tuinhuisje.

Wat meer aanpassingen aan de eerdere schilderijen.

Hier heb ik de kleuren wat helderder gemaakt en de figuren wat meer uitgewerkt (eerst hadden ze nog geen voeten…)
Ook heb ik besloten om het flatgebouw erachter opnieuw te maken, omdat de raampjes scheef liepen.

Experimentje

Voor atelier had ik ook een paar kleinere, zwarte doeken gekocht. Ik was benieuwd hoe het zou werken op een zwarte ondergrond. Ik wist dat het met conté krijt super goed kan werken op zwart papier, maar ik had het nog nooit met acryl geprobeerd.
Het idee was om hiermee de grotere, witte schilderijen aan te vullen. Hierin wilde ik details uit het verhaal schilderen die nodig zijn om de grote schilderijen te begrijpen.

Hieronder mijn eerste poging. Er was ooit een vrouw die goed kon schilderen, die mij had verteld dat ik nooit zwart moest gebruiken om te mengen. Sindsdien heb ik dat niet meer gedaan. Daardoor heb ik wel mijn eigen stijl ontwikkeld, waarin ik veel verschillende kleuren gebruik om schaduwen te maken. Toch zat me dat niet helemaal lekker. Zeker omdat we op de academie wel met zwart gingen werken, en dat er zeker wel manieren waren om dat er goed uit te laten zien.
Daarom besloot ik om met de zwarte doeken wel zwart te verwerken in mijn schilderij.
Ik ben echt positief verrast over het resultaat.

Hieronder een korte schets van de scene waarop ik met de oude man en het hondje naar een zonsondergang aan het kijken ben. Een moment van verzoening in een onzekere tijd, waar ik me eenzaam en verloren voelde in een verlaten landschap.
Hier ben ik ook niet verlegen geweest om de kleuren te mengen met zwart.

.

Het tuinhuisje

Hieronder een paar tussenstappen van het schilderij van het tuinhuisje. Dit is de plek waar de gezichtsoperatie plaatsvond.
In het schilderij heb ik geprobeerd eerst een ‘onderlaag’ aan kleur aan te brengen en daarna daaroverheen de details te schilderen. Zo heb ik hier een koele wit/blauwe kleur gebruikt voor het flatgebouw en een roodbruine kleur voor de grond.

Vervolgens wat meer detail toegevoegd aan het tuinhuisje.

Daarna nog wat meer schaduw toegevoegd, detail aan het vijvertje, de tegels op de grond, en ramen en een deur van het gebouw erachter.

Het overstroomde ziekenhuis

In de eerste sessie heb ik twee schilderijen gemaakt (of in ieder geval begonnen).
De kleine is een close-up van één van de waterbuizen uit mijn eerste schilderij. Hier gaat de toeschouwer door een buis heen, langs het paarse zeewier en koraal.

Het grote schilderij is een vergrote versie van een voorgaande schets, waar ik op een matras door een overstroomd ziekenhuis drijf.

Na een middag flink werken is het grote schilderij eindelijk af.

De weg naar het ziekenhuis

Het schilderij dat het het hardst nodig had, vond ik. Hoewel de basis al stond, miste ik nog heel veel. Niet alles stond op de goede plek. Er was nog geen detail. De kleuren waren soms net niet zoals ik ze wilde. Er was hier echt heel veel werk aan de winkel.

Ik ben begonnen met het aanpassen van het hondje, wat een uitdaging was. Ik heb denk ik zo’n 30 minuten alleen daaraan gewerkt.

Daarna was het tijd voor de oude man. Hij stond erg statisch en stijfjes, bijna als een soort verticale lijn in mijn compositie. Het leek bijna geen echt persoon. Ik heb dat geprobeerd te veranderen door hem een beetje gekanteld te laten staan, met één been half naar voren. Ik vond dit nog steeds niet geweldig, maar het leek wel meer op een houding die een mens aan zou nemen.

Zijn gezicht lukte hier nog niet, en zijn arm en hand voelden nog steeds wat stijfjes.

Hier heb ik geprobeerd details toe te voegen aan zijn gezicht. Dit was lastiger dan ik dacht. Ik besefte opeens dat ik nauwelijks heb geoefend met het tekenen/schilderen van oudere mensen. Ik vind hem hier een beetje lijken op een soort Nosferatu. Het was eigenlijk de bedoeling om hem een vriendelijke oude man te maken.

Om het Nosferatu effect te verminderen, heb ik geprobeerd de ‘hoeken’ in zijn gezicht wat zachter te maken, en zijn wenkbrouwen wat minder fronsend. Het is hier nog een work in progress. Ook heb ik ondertussen een gezicht gekregen, en hebben zijn kleren wat meer plasticiteit.

Aanpassing eerste schilderij

Hier heb ik wat meer kleur en diepte (schaduw licht) toegevoegd aan de bol en de buizen.

En weer naar het andere schilderij…

Het blijft toch wel een uitdaging, dit schilderij… Hier heb ik het gezicht van de oude man wat vriendelijker geprobeerd te maken. Volgens mij is dat wel gelukt. Zijn lichaamshouding is nog steeds een work in progress.

Ook heb ik geprobeerd de schaduwen wat te corrigeren. Eerst klopten ze niet helemaal. Nu nog steeds niet. Maar wel beter, geloof ik.
Verder nog wat meer kleurvariatie toegevoegd, meer schaduwen in het gras en het huis, en wat slordige randjes weggewerkt.

In de drie onderste foto’s heb ik nog wat puntjes op de i gezet in de andere schilderijen. Af en toe twijfelde ik of het verstandig was om meer detail toe te voegen, aangezien het soms dan zijn natuurlijkheid of vlugheid verliest. Toch denk ik dat ik de schilderijen nu mooier vind dan ervóór.

Behalve misschien het tweede schilderij. Ik denk dat ik die mooier vond voordat ik het extra contrast toevoegde. Het verliest een beetje de ‘witheid’, het steriele. De beweging in de figuren eromheen vind ik wel wat toevoegen.